De Tao van de T


Van 2019 tot 2021 was Anton Dautzenberg de stadsdichter van Tilburg. Bij zijn aantreden gaf hij aan dat voor zijn stadsdichterschap ‘de Tao van de T’ de kapstok zou zijn. Die letter is het beeldmerk van de stad. ,,Het is een zoektocht die niet alleen moet leiden tot spannende gedichten, tot discussie, maar ook tot een manifest waarmee ik het Tilburgs literatuur- en kunstklimaat wil vernieuwen en verbeteren.”

De intentie van Dautzenberg was om elke maand een gedicht te publiceren. Zijn gedicht te combineren met een artistieke vertaling van een kunstenaar uit de stad. een muzikant, een filmmaker, danser, een acteur. Het werk was te volgen op zijn site: detaovandet.nl.
De inspiratie voor de vrijgevochten werkwijze van de negende Tilburgse stadsdichter vormt het gedachtegoed van Anthony Kok die honderd jaar geleden als chef-commies bij de Spoorwegen in Tilburg werkte en medeoprichter was van het tijdschrift De Stijl. Met Theo van Doesburg en Piet Mondriaan was hij betrokken bij het opstellen van een roemrucht manifest over vernieuwing van literatuur.

Bij de start van zijn stadsdichterschap was het motto van Dautzenberg:
Antony Kok (1882-1969) was een van de eerste experimentele dichters van Nederland en medeoprichter van De Stijl. In 1920 publiceerde hij in dat tijdschrift samen met Theo van Doesburg en Piet Mondriaan een manifest over de literatuur.

‘HET WOORD IS DOOD
de naturalistische cliché’s en de dramatische woordfilms
die de boekenfabrikanten ons leveren
per meter en per pond
bevatten niets van de nieuwe handgrepen van ons leven
HET WOORD IS MACHTELOOS‘

‘de netjes naast en onder elkaar geplaatste zinnen
deze dorre FRONTALE zinsbouw
waarin de vroegere realisten hun tot zichzelf beperkte ervaringen uitdrukten
zijn ten eenenmale ontoereikend en onmachtig om de collectieve ervaringen van onzen tijd
tot uitdrukking te brengen’

‘wij willen met alle middelen die ons ten dienste staan
syntaxis
prosodie
typografie
arithmetica
orthografie
het woord een nieuwe betekenis en een nieuwe uitdrukkingskracht geven’

Bij de opening van de afsluitende tentoonstelling in PARK die na de opening dankzij de nieuwe lockdown helaas vrij snel weer werd gesloten las Dautzenberg onderstaand afsluitend essay voor. Met zijn uitdrukkelijke toestemming publiceren we het hier integraal. Per slot van rekening bereiden we de weg naar het aforisme van Antony Kok dat op 18 april 2022 het hart van de stad zal laten zien wat taal vermag. Want vanaf dat moment in licht en 70 meter lang een ode aan de poëzie: ‘DE WERELD VAN HEDEN RAAST DOOR IN DADA’S VOETSPOOR’

‘HET WOORD IS DOOD’
Het zijn de eerste woorden van het motto dat ik in 2019 aan mijn stadsdichterschap koppelde.
Ze zijn afkomstig uit het manifest dat Antony Kok, Theo van Doesburg en Piet Mondriaan in 1920
publiceerden in hun tijdschrift De Stijl. Zij hadden genoeg van het vigerende moralisme, het
normatieve realisme en ze wilden zich bevrijden van de convergerende conventies. De kunst – lees:
de maatschappij – had een nieuw elan nodig.

De laatste woorden van mijn aan De Stijl-mannen ontleende motto hebben een dwars doch
constructief karakter, en ook dat was programmatisch voor mijn stadsdichterschap:

‘wij willen met alle middelen die ons ten dienste staan
syntaxis
prosodie
typografie
arithmetica
orthografie
het woord een nieuwe betekenis en een nieuwe uitdrukkingskracht geven’

In 2020, in het hart van mijn periode als stadsdichter (2019-2021), was het dus honderd jaar
geleden dat het manifest verscheen. Een mooie gelegenheid om die cesuur in de kunst te vieren
én om de idealen van de mannen (want dat waren het: idealen) te transponeren naar het heden –
en naar deze stad. Klankdichter Antony Kok (1882-1969) woonde indertijd in Tilburg. Of Tilburg in
die periode ook al een anti-intellectueel kunst- en cultuurbeleid voerde, kan ik niet goed
beoordelen, maar Koks drijfveren zullen vast en zeker mede gekleurd zijn door zijn woonplaats.
De mannen van De Stijl stonden indertijd in nauw contact met contemporaine filosofen en
andere denkers. Reflectie was even belangrijk, zo niet belangrijker dan maken. De kunstwerken
zijn immers het zichtbare resultaat van alles wat aan het maken voorafgaat, en dat is nogal wat.
Kunst dus die zwanger is van betekenis en die op haar beurt weer oproept tot reflectie, tot
nadenken. En dat is meer dan gelukt; De Stijl groeide uit tot een beweging die nog altijd resoneert
en inspireert, wereldwijd.

Een van de filosofen door wie Kok & co zich lieten inspireren was Mathieu Schoenmaekers
(1875-1944), een gewezen priester. Schoenmaekers ergerde zich aan de tijdgeest, aan de enge
moraal die leidde tot uitsluiting en deprivatie, en die ook door de kerk werd gepropageerd. Hij was
een originele denker die een ‘positieve mystiek’ ontwikkelde, een methode om de werkelijkheid
te duiden en ordenen als een universele verhouding van tegendelen. Hierbij maakte hij gebruik
van de wiskunde, van symbolen die zijn denken konden illustreren.

Een belangrijke kern van Schoenmaekers theorie vormt het door hem gemaakte onderscheid
tussen tegenstelling en tegendeel. Onwelgevallige meningen worden meestal opgevat als een
tegenstelling, krijgen daarmee een negatieve betekenis en kunnen op weerstand en tegenwerking
rekenen. Het is volgens Schoenmaekers veel verstandiger om ze te aanschouwen en te begrijpen
als een tegendeel, en ze daarmee een positieve, constructieve connotatie toe te kennen. Met zijn
theorie probeerde hij niet alleen de relatie tussen God en de wereld te verklaren, maar ook die
tussen mensen en ideeën. Tegendelen hebben elkaar nodig, tegenstellingen stoten elkaar af. In
zekere zin is er sprake van een dialectisch proces: van these en antithese naar synthese.
Schoenmaekers, en ook vele filosofen voor en na hem, gebruikte de Tau-figuur om zijn theorie
te illustreren. De horizontale lijn van het kruisbeeld vormt bij hem de lijn van de geschiedenis, van
oorzaak en gevolg – deduceerbaar rationalisme. De verticale lijn vertegenwoordigt de evolutie, het
raadsel, de mystiek – de weg omhoog, in alle opzichten. Materie en geest als de hoofdassen van
ons bestaan.

De Tau is geen statisch symbool: de lijnen schuiven over elkaar heen. En dat leidt tot
grensaanschouwing, grensopenbaring en grenserkenning. De assen symboliseren de tegendelen
die elkaar nodig hebben. De T-figuur wordt in de statistiek niet voor niets gebruikt als symbool
voor correlatie. Ook in de kunst wemelt het van de toepassingen – van Leonardo da Vinci tot Bruce
Nauman. En nog verder terug in de tijd, tweeduizend jaar maar liefst, sierde het Tau-kruis, de in
blauw uitgevoerde hoofdletter T, het habijt van de religieuze ridderorde van Sint-Antonius van
Egypte, de vader van het kloosterleven. Zijn orde verzorgde pest- en lepralijders.

Met deze ‘ingrediënten’ ging ik in 2019 aan de slag. Mijn stadsdichterschap, de Tao van de T,
vormt daarmee een hommage, een eclectisch experiment, een zoektocht én een aansporing.
Helaas moest ik mijn stadsdichterschap voortijdig afbreken vanwege moreel onrecht; de laatste
drie gedichten zijn niet verschenen, de cyclus blijft unvollendet. Bijna niemand leek dit overigens
te betreuren, vooral vanwege de inhoud van de gedichten – en ook dat heeft betekenis.
Tot slot. Kunstenaars worden in Tilburg in toenemende mate gedegradeerd tot louter makers,
tot uitvoerders – en ze ondergaan deze ontering opvallend lijdzaam. Ze worden niet beschouwd
als denkers die reflecteren op het bestaan, die levenstijd wijden aan maatschappelijke
vraagstukken (met alle risico’s van dien) en die voorstellingen kunnen overstijgen. Om in
aanmerking te komen voor (broodnodige) ondersteuning moeten ze het gemeentelijk beleid en de
bijbehorende infrastructuur bevestigen, legitimeren, vieren. Vreemd, want dat beleid en die
infrastructuur zíjn er al, die kunnen beter worden bevráágd – vanuit een autonome, onafhankelijke
positie. Verneinen levert meer inzichten op dan bejahen. Ook in mijn ogen zijn tegendelen geen
tegenstellingen.

©A.H.J. Dautzenberg, 4 oktober 2021

Meer over deze bijzondere – maar helaas verdekt opgestelde – tentoonstelling: https://www.park013.nl/nl/activiteiten/de-tao-van-de-t

Kennismaking met aforisme in CulTuur van Omroep Tilburg

Kennismaking met aforisme in CulTuur van Omroep Tilburg

In aflevering 26 in het tiende seizoen van CulTuur maakt het programma van Omroep Tilburg kennis met het aforisme in Tilburg, geïnstalleerd in de Spoorzone. De programmamakers spraken met Ingrid Luycks en Uli Hirschberg van De Stijl Tilburg over het proces achter dit kunstwerk.

Lees meer